Sinds de zeventiger jaren zijn er in Nederland een groot aantal woongemeenschappen op initiatief van bewoners gebouwd, zowel in de huur- als in de koopsector, als in een mengvorm van beide. Er is een grote diversiteit onder de woongemeenschappen: zo varieert het aantal woningen van 3 tot ongeveer 160. Van de bestaande woongemeenschappen zijn er ongeveer 60 lid van de LVCW. Ongeveer 5 zijn in oprichting.

Ongeveer de helft van de woongemeenschappen, die lid zijn van de LVCW, is opgedeeld in clusters. Een cluster bestaat uit 5 tot 8 woningen rond enkele gemeenschappelijke voorzieningen, zoals een gemeenschappelijke woonkamer/keuken, wasmachine-ruimte en bergruimtes. De bewoners van een cluster kiezen elkaar.

In grote woongemeenschappen zonder clusteropdeling, worden over het algemeen nieuwe bewoners door een commissie op de wachtlijst geplaatst. Bij geen bezwaar van de overige bewoners, krijgt het eerste huishouden op de wachtlijst een vrijgekomen (bij het huishouden passende) woning.

Enkele woongemeenschappen hebben een tussenvorm, die met de term 'sociale' clusters wordt beschreven. De clustervorm is niet in de bouw vastgelegd, maar er zijn in de woongemeenschap voldoende gemeenschappelijke ruimten, die door de zich vormende groepen in gebruik kunnen worden genomen, bijvoorbeeld als woonkeuken.

Vrijwel alle woongemeenschappen hebben een gemeenschappelijke ruimte, een ontmoetingsplaats voor alle bewoners.

[This text in English]

foto